‘Onze vloot elektrische voertuigen is de grootste van Europa’

In gesprek met Frederik Nieuwenhuys, Picnic.

Picnic groeide binnen tien jaar uit tot de eerste online supermarkt met vrijwel landelijk bereik. Nu veroveren ze Duitsland en Frankrijk. Oprichter Frederik Nieuwenhuys is ervan overtuigd dat zijn bedrijf traditionele supermarkten kan verslaan dankzij technologie en duurzaamheid.

Frederik Nieuwenhuys (Picnic) en Guido van den Brande (BNP Paribas) in gesprek in het distributiecentrum in Utrecht

In het eerste volledig geautomatiseerde distributiecentrum van Picnic in Utrecht zie je een uniek samenspel van machine en mens. Kratjes gaan volautomatisch van a naar b, terwijl tegelijk honderden handen helpen bij het vullen ervan. Samen met zijn evenknie in Dordrecht is dit distributiecentrum van Picnic uniek in supermarktland. Anders dan bij distributiecentra van traditionele supermarktketens sorteren ze hier zendingen voor eindklanten in plaats van voor winkels. Iets wat de klant in een traditionele supermarkt zelf doet in de winkel.

Alles zelf doen

Dat unieke is waar Frederik Nieuwenhuys, die Picnic negen jaar geleden oprichtte samen met Joris Beckers, het voor doet. Na het verkopen van zijn eigen bedrijf in online winkel-software, Fredhopper, lonkte het om iets te doen wat nog niemand vóór hem had gedaan. “Het bezorgen van supermarktproducten gebeurde nog niet of nauwelijks. Het leek mij gaaf de supermarktwereld in beweging te brengen met een bedrijf dat dit grootschalig ging doen. Veel vrienden verklaarden mij voor gek en zeiden: ‘Waarom beperk jij je niet tot een deelactiviteit?’ Maar samen met mijn medeoprichters kwam ik tot de conclusie dat we dit van begin tot einde zelf moesten uitvoeren: de app, de goederen inkopen en verzamelen, bezorgen en klantenservice. Dat is dé enige manier om echt het verschil te maken.”

Ze doen bij Picnic inderdaad alles zelf en ook vrijwel alles anders dan anderen. Dat komt samen in de zelf ontwikkelde software, die alle activiteiten van het bedrijf orkestreert. Het ontbreken van fysieke schappen en winkels geeft alle vrijheid om op een vernieuwende manier te opereren.

Mens en machine

Nieuwe technologie is essentieel voor het welslagen van Picnic, weet Nieuwenhuys. Ze proberen op alle fronten voorop te lopen, ook in kunstmatige intelligentie. “We hebben zo’n 30 tot 50 applicaties die ons bijvoorbeeld helpen voorspellen hoeveel bezorgingen we gaan doen, hoelang die duren en welke producten we wanneer moeten inkopen. Daarnaast zijn we ver gevorderd met automatiseren, zoals in het distributiecentrum hier in Utrecht. Hier worden nu de boodschappen van 150,000 gezinnen per week door handen in kratjes gestopt. Op termijn willen we die activiteit deels vervangen door robots. Dat kan al met goed verpakte artikelen, maar lukt minder goed met bijvoorbeeld een banaan. Hoe dan ook blijven mensen in het distributiecentrum nodig. Een paar ogen en handen kunnen nog altijd meer dan een robot.” Hierin moet Picnic de menselijke maat bewaren, vindt Nieuwenhuys. “Vroeger reageerden we weleens streng op een te laat terugkerende bezorger. Dat is een verkeerde reactie, want negen van de tien keer ligt het aan onze planning of onvoorziene omstandigheden.”

“Als we uitbreiden starten we met distributiecentra waar we volledig handmatig boodschappen sorteren. Die kunnen we in twaalf tot veertien weken opstarten. Als we meer volume krijgen, kunnen we naar geautomatiseerde distributiecentra, zoals in Utrecht en Dordrecht.”

Frederik Nieuwenhuys, oprichter picnic
Guido van de Brande (links) en Frederik Nieuwenhuys (rechts)

Het is interessant te zien of Picnic straks met minder mensen toekan dan een traditionele supermarkt. Doordat ze de tussenstap van de winkel overslaan, zijn daarvoor in ieder geval geen medewerkers nodig. Aan de andere kant kost het meer menskracht om de boodschappen voor de klanten te verzamelen en bij hen te bezorgen. Nieuwenhuys is ervan overtuigd dat de som in het voordeel van Picnic uitvalt. “Als we de distributiecentra verder ontwikkelen met robotica denk ik dat we minder mensen nodig hebben dan een traditionele supermarktketen.”

Duurzaamheid

Een ander belangrijk element waarmee Picnic de concurrentie kan verslaan is duurzaamheid, ziet Nieuwenhuys . “We hebben Europa’s grootste vloot van elektrische voertuigen. Vanaf dag één bezorgden we met elektrische wagentjes. We komen dus niet met walmende diesels in de wijken. Ook hoeven onze klanten niet met hun auto naar onze winkels.” Nog een belangrjik duurzaam pluspunt is volgens Nieuwenhuys het voorkomen van voedselverspilling. “Doordat we onze voorraad niet verspreiden over winkels verspillen we bijna 75 procent minder dan traditionele supermarkten.”

Krachtige partijen

Picnic is binnen tien jaar uitgegroeid tot een supermarkt met ruim 60 hubs in Nederland. Tegelijk timmert het bedrijf aan de weg in de buurlanden Duitsland en Frankrijk. Duitsland heeft inmiddels zelfs meer hubs dan Nederland, en ook Frankrijk groeit gestaag met 15 locaties. Deze groei gaat gecontroleerd, vertelt Nieuwenhuys. “Als we uitbreiden starten we met distributiecentra waar we volledig handmatig boodschappen sorteren. Die kunnen we in twaalf tot veertien weken opstarten. Als we meer volume krijgen, kunnen we naar geautomatiseerde distributiecentra, zoals in Utrecht en Dordrecht.”
Voor die groei zijn krachtige partijen nodig, die kunnen zorgen voor voldoende goederen en financiering, vertelt Nieuwenhuys. “Voor goederen werken we samen met de Duitse retailer Edeka, die medeaandeelhouder is en waarmee we een in Nederland gevestigde Europese inkoopcombinatie hebben opgericht: Everest. Voor de financiering werken we samen met diverse financiële partijen waaronder verstrekkers van familiekapitaal en banken die assets financieren zoals BNP Paribas. Daar is onze insteek steeds dat het een lange reis is waar we duurzame partners voor nodig hebben.”

Winnaars van morgen

De samenwerking tussen BNP Paribas en Picnic startte twee jaar geleden met de financiering van het geautomatiseerde distributiecentrum in Dordrecht. Ook helpt de bank de online supermarktketen bij het scouten van nieuwe locaties. Co-Head of Corporate Coverage Guido van den Brande van BNP Paribas vertelt dat de bank niet over een nacht ijs is gegaan voordat ze besloot tot financiering van het distributiecentrum. “We hebben onze nek uitgestoken. Als je puur door een bancaire bril kijkt, dan is zoiets lastig te financieren. Het is een grote uitgave terwijl de kasstromen om terug te betalen onzeker zijn. Om zo’n distributiecentrum rendabel te maken moet het bedrijf voldoende verkoopvolume hebben. Daarom is het slim dat Picnic in nieuwe gebieden zoals de buurlanden in stappen groeit, waarbij het de kapitaalintensieve automatisering opvoert.”
Dat is het waard, denkt Van den Brande. Picnic is volgens hem erg interessant voor BNP Paribas vanwege de verwachtingen voor de komende tien tot vijftien jaar. “Dit bedrijf doet iets unieks. Ze nemen supermarktklanten werk uit handen, zodat die tijd aan andere dingen kunnen besteden. Daar maak ik zelf ook dankbaar gebruik van.” Wat hem ook aanspreekt is dat Picnic vooroploopt in technologie en duurzaamheid. “Wij willen investeren in de winnaars van morgen. Picnic zien we als een van de groten van de toekomst. We groeien graag zo vroeg mogelijk mee.”

Lees andere verhalen van koplopers in Nederland.

Bekijk hier hoe we samenwerken met partners en klanten in ons internationale netwerk.